Home Hulp en advies FAQ Dimmen Hoe stel ik de dimmer het beste in voor lamp X of Y?

Veelgestelde vragen

Dimmen

Hoe stel ik de dimmer het beste in voor lamp X of Y?

Klassieke dimmers hebben slechts 1 gezamenlijk profiel voor alle lampen of wisselen automatisch tussen faseaansnijding of -afsnijding al naargelang de lamp. Voor de nieuwere generatie universele dimmers met standaard CAB-ontstoring, kan je gebruikmaken van de Niko dimmerzoeker op onze website. Deze handige tool vertelt je welke dimstand je het beste gebruikt voor je lamp. Indien je lampreferentie niet door ons getest werd, ga je manueel te werk.

Voor de universele drukknopdimmer met standaard CAB-ontstoring, 3-300 W (310-0290X) en de universele draaiknopdimmer met standaard CAB-ontstoring, 3-300 W (310-0390X) ga je als volgt te werk om het juiste profiel te selecteren voor de geplaatste 230V-ledlampen:

  1. Probeer allereerst profiel 1 (DEFAULT 1) Als dit profiel naar behoren werkt, ga je verder naar het instellen van de minimum lichtintensiteit
  2. In het andere geval probeer je achtereenvolgens de profielen LED 4, 5 en LED 6. Als een van deze profielen naar behoren werkt, ga je verder naar het instellen van de minimum lichtintensiteit. Wanneer via de groene feedbackled 3 maal weergegeven is in welk profiel de dimmer is ingesteld, wordt het laatst getoonde profiel bewaard en gebruikt.

Om het optimale bereik van elke lamp te benutten en te vermijden dat je een lamp kan uit dimmen, kan het minimale dimniveau bijgesteld worden. Dit kan met de knop MIN DIM LEVEL. De knop werkt zoals een drukknop dimmechanisme. Lang drukken dimt de lamp op of af. Loslaten en opnieuw drukken keert de dimrichting om.

Voor de universele draaiknopdimmer met standaard CAB-ontstoring (310-0190X) en universele modulaire dimmer met standaard CAB-ontstoring (330-0070X) ga je als volgt te werk om het juiste profiel te selecteren voor de geplaatste 230V-ledlampen:

  1. Probeer achtereenvolgens de profielen led 1 en led
  2. Als een van deze profielen naar behoren werkt, ga je verder naar het instellen van de minimum lichtintensiteit.
  3. In het andere geval probeer je achtereenvolgens de profielen Gloeilamp of Halogeenlamp met elektronische transformator. Als een van deze profielen naar behoren werkt, ga je verder naar het instellen van de minimum lichtintensiteit. 3. In het andere geval wijst dit erop dat de geplaatste ledlampen vrij veel energie nodig hebben om te kunnen opstarten. Kies daarom voor het profiel led 3 of led 4. Deze profielen bevatten immers een boostfunctie die ervoor zorgt dat de lampen bij het aanschakelen genoeg energie krijgen alvorens over te gaan naar het gewenste dimniveau (indien de geheugenfunctie geactiveerd is).

Om het optimale bereik van elke lamp te benutten en te vermijden dat je een lamp kan uit dimmen, kan het minimumdimniveau bijgesteld worden. Dit kan met het kleine draaiknopje op het apparaat.